Heggekapel

Zonder enige twijfel dankt de Heggekapel haar ontstaan aan de wel merkwaardige gebeurtenissen die hier plaats grepen in het begin van de vijftiende eeuw. Verscheidene – haast eigentijdse – bronnen geven ons de gelegenheid deze gebeurtenissen ten volle te reconstrueren.

Deze bronnen zijn al dan niet omweven met eigen fantasie of aangedikt om het wonderlijke van de feiten te beklemtonen. Toch kunnen ze, zoals de geschiedschrijver P.J. Goetschalcks al juist stelde, de toets van historische kritiek doorstaan.

Niet alleen op het gewone, ongeletterde volk maakte het wedervaren van Jan vander Langersteden indruk. Ook de hogere sociale klassen waren getroffen door “het Wonder” dat zich had afgespeeld in de wildernis van Poederlee.

Eén van die prominenten die interesse toonden voor het “Wonder van de Hegge” was niemand minder dan de toenmalige landsvorstin, de hertogin van Brabant. Het toeval wilde dat deze dame, Elisabeth van Görlitz, in de periode van de bovengeschreven gebeurtenissen te Turnhout op het nog bestaande hertogelijk jachtslot verbleef en aldaar ook het felbesproken “Wonder” vernam. Zij begaf zich onmiddellijk naar Poederlee om de plaats waar het “Heggewonder” was geschied met een bezoek te vereren en er op “bevaert” te gaan “daer Godts lichaem, dat sacrament, hadde gerust in die conijnentent”. 

HeggekapelDat de onbekende schepper van het lofdicht van 1442 uitermate aandacht schenkt aan dit hoog bezoek is niet zo merkwaardig. Vele bedevaartsoorden danken hun ontstaan, en zeker de toeloop van pelgrims, aan het feit dat hooggeplaatste edellieden of geestelijken het oord begunstigden met een bezoek.

Aan de Hegge werden weldra allerhande genezingen toegeschreven die de schare pelgrims verder deed toenemen en de toenmalige heer van Poederlee, Jan van Vriesele, aarzelde niet om er een heiligdom te laten optrekken: de Heggekapel, die zou uitgroeien tot één van de voornaamste bedevaartsoorden van de vijftiende eeuw.
 

De Heggekapel


Vermoedelijk in 1441 werd de kapel van de Hegge luisterrijk ingezegend. Verscheidene bronnen
staven deze datum: vooreerst de schenkingsakte betreffende de kapel aan het klooster van Hondschote (nu Frans-Vlaanderen). Per akte van 3 oktober 1441 draagt Wouter van Vriessele de kapel over aan de paters van Clarevijver bij Hondschote. Twee of drie kloosterlingen zouden zich nabij de kapel vestigen en zouden er de dienst doen, echter zonder nadeel te mogen berokkenen aan de parochiekerk. Mogelijk hoopte de heer van Poederlee op de ontwikkeling van een klooster te Poederlee, zoals blijkt uit de schenkingsakte, maar om onverklaarbare reden is deze kloostergemeenschap nooit verder uitgebouwd. Walter van Vriessele overlaadde de kapel met talrijke giften, waaronder een hoogaltaar met een geschilderd drieluik, waarop de vrome stichters van de kapel rond de afbeelding van de wonderlijke wedervinding stonden afgebeeld. In 1566 werd de inboedel van de kapel door de beruchte beeldenstorm gans vernietigd en verdwenen ook de wonderbare hosties die totdan zorgvuldig bewaard werden. In 1673 werd de sakristij aan de kapel gebouwd en sindsdien behield het gebedshuis het huidige uitzicht. Het was vooral Jan Evrard van Steenhuys, heer van Poederlee, die zich inzette om de kapel alle luister te geven die ze verdiende. In zijn opdracht maakte de gekende Herentalse schrijnwerker Jacob Verbuecken in 1685-1686 het barokke hoogaltaar voor de kapel naar een ontwerp van de kunstschilder E. Van Guntel. De kapel bleef gelukkig gespaard van sluiting en plundering tijdens de Franse overheersing, dank zij de vooruitziende handelswijze van de toenmalige Poederleese pastoor, die - in tegenstelling tot de meeste Kempense priesters - wel de eed aan de Franse republiek aflegde.

Noemenswaardige veranderingen gebeurden niet meer aan de kapel, tenzij de noodzakelijke herstellingen en restauraties. Een laatste maal gebeurde dit in 1987, in het kader van de Ommegang van de Hegge.

In 1816 schilderde de Herentalse meester A. Van Ysendijck een nieuw hoogaltaarschilderij en tien kleine taferelen die de gebeurtenissen van 1412 uitbeeldden. In 1908 schilderde de eveneens Herentalse kunstschilder Hypoliet de Clercq een nieuw tafereel voor het hoogaltaar, daar het oude geheel en onherstelbaar beschadigd was door de vochtigheid. De tien bovengenoemde tafereeltjes ondergingen hetzelfde lot: slechts twee ervan bleven bewaard op de pastorij van Poederlee. In de Sint-Waldetrudiskerk te Herentals bewaart men nog twee schilderijen van de hand van de bovengenoemde A. Van Ysendijck die in 1825 geschilderd werden en eveneens het Wonder van de Hegge voorstellen. Merkwaardig is het middeleeuwse rijmdicht "Een seer schoon gedichte van den hoogchwerdighen H. Sacramente, hetwelck gevonden wirdt tot Poederle inder Hegghen inden iare 1412 den 4 Februari" dat niet minder dan dertig zesregelige strofen kent en op romantische wijze de gebeurtenissen in de Hegge verhaalt. Het werd vermoedelijk geschreven omstreeks 1441, zoals we uit de tekst mogen afleiden en is een pareltje van rederijkersdichtkunst van de vijftiende eeuw. 

Reeds twee toneelstukken betreffende het Wonder van de Hegge zagen het daglicht, waarvan één in Nederland !

Identificatiefiche:

Naam: Kapel van het Eerwaardig Heilig Sacrament of Heggekapel

Beschrijving: Gotisch zaalkerkje in baksteen met driezijdig koor, met dakruiter en aangebouwde sacristie

Bouwdatum: eerste helft 15de eeuw

Ligging (kadaster): Poederlee E nr. 27, Cappelakker

Oppervlakte: 30,5 aren

Eigenaar: gemeente Lille

 

Uit “Van den hoogwaardigen H. Sacrament inder heggen” van Walter Van den Branden – Lille 1987

Heggekapel 2